Over Splitzij
Vier mannen zitten in een kring geconcentreerd te borduren aan een kleed. Het witte tafelkleed is zo over hun knieën gedrapeerd, dat het lijkt alsof de mannen aan een tafel zitten. Langzaam werken zij met kleine kruissteekjes vanaf de rand van het kleed naar het midden en vullen zo gestaag het voorbedrukte patroon in. De mannen spreken niet met elkaar. De enige communicatie die plaats vindt, is de uitwisseling van de gemeenschappelijke schaar. De mannen zijn gekleed in nette, donkere pakken. Ze zien eruit als succesvolle zakenlieden die zojuist zijn thuis gekomen van hun werk. Toch lijken ze niet echt op hun plaats in deze huiselijke situatie.De performance SPLITZIJ borduurt als het ware zelf voort op bekende patronen en biedt daarmee openingen naar verschillende betekenislagen.
Borduren is altijd gezien als een typisch vrouwelijke bezigheid. Door nu eens vier mannen met naald en draad aan het werk te zetten, worden de rollen omgedraaid. In combinatie met de stereotype mannelijke kleding die ze dragen wordt men zich er plotseling van bewust dat de dingen niet altijd zijn wat ze lijken.
De performance is ook te zien als een commentaar op de hectische maatschappij waarin wij leven. De mannen in dure pakken worden geassocieerd met de snelle wereld van internet, geld, aandelen, etc. Ze roepen het beeld op van zakenlieden met drukke werkdagen, die van de ene vergadering naar de andere hollen en met mobiele telefoon tegen het oor geklemd e-mail berichten controleren. Even een uurtje borduren zou in dat geval een mogelijkheid voor bezinning kunnen zijn. Tijdens deze monotone handeling zouden ze even de tijd kunnen nemen om hun gedachten op een rijtje te zetten of juist hun hoofd leeg kunnen maken. Het borduren is dan bijna een therapeutische bezigheid met als doel het terugvinden van de innerlijke rust zoals die wordt nagestreefd in het ‘monnikenwerk’ van
Tibetaanse en Indiase mandala’s.
Opvallend is de wederzijdse beïnvloeding van het werk: de omgeving waarin de performance plaatsvindt, is van invloed op de waarneming van het werk en de performance zelf werkt in op de omgeving. De reactie van het publiek verweeft zich met de performance tot één geheel. Sommigen lopen gedachteloos langs het werk zonder het in de drukte op te merken, maar de meeste mensen blijven gefascineerd staan, ze praten en gebaren of zijn in stille aandacht. Indien het werk wordt uitgevoerd in een niet-commerciële omgeving zoals b.v. een museum, wordt het tijdelijke karakter ervan (de performance als time based art) benadrukt. In een meer commerciële omgeving, zoals bijvoorbeeld de Kunst Rai, wordt een schril contrast gevormd door het onverkoopbare van het werk.
De titel van het werk is een samenstelling van ’split’ en ‘zij(de)’. ‘Split’ komt van splitten/splitsen/splijten en betekent niet alleen in tweeën verdelen of scheiden, maar ook: ineenvlechten (van de uiteinden van twee stukken touw bijvoorbeeld). In de titel komen deze twee tegengestelde bewegingen in de wederzijdse beïnvloeding van de performance en de omgeving terug. De titel is in eerste instantie ontleend aan de ouderwetse benaming van borduurgaren. Splitzij is een draad die met de hand wordt gesplitst in meerdere draden. Als voorbereiding op de performance krijgen de deelnemers van de kunstenaar een pakketje toegestuurd. Het setje bevat splitzij, naalden, een draadsteker en een ‘broddellapje’ (dat is het eerste handwerklapje dat een meisje vroeger op school leerde maken) met daarop hun naam in met potlood aangegeven kruisjes. Ook zit er een uitleg bij over de kruissteek en een voorbeeld van het patroon van het tafelkleed.
Borduren is een techniek die geleerd moet worden en die vroeger van generatie op generatie werd overgebracht. De 85-jarige mevrouw Rijpsma, die dementerend is, vertelt in een video die onderdeel van SPLITZIJ uitmaakt, helder van geest hoe ze vroeger borduurles gaf voor twee cent per middag. De herinnering aan het borduren vormt de ingang tot haar verleden
dat steeds meer verglijdt.
Een geheugen en een techniek die beide verloren dreigen te gaankrijgen in dit werk de kracht van een getuigenis, waarin de geschiedenis haar toegankelijkheid en actualiteit toont.
Ook kunstenaar Anne Verhoijsen (1951) bracht als klein meisje vele uren door met borduren. Zij maakte toen voornamelijk handdoekovertrekken, schortjes en kleedjes voor op het dressoir, waarbij het patroon en vaak ook de kleur al vast lag. Het borduren gaf haar houvast en maakte de wereld op dat moment veilig en overzichtelijk.
Een van de overhanddoeken die destijds is ontstaan, bestaat nog. Het doek wordt zo opgehangen dat het licht er van beide kanten op schijnt. Hierdoor wordt de transparantie van het verwassen doek zichtbaar en lijkt de voorkant in de achterkant te verdwijnen. De losse draadjes maken er weer een nieuw beeld van. Uit dit werk is de performance SPLITZIJ ontstaan.
Het werk zal tussen 12 en 23 december 2001 worden uitgevoerd in de etalage van de Bijenkorf in Amsterdam. Het contrast tussen het gehaaste winkelend publiek en de bordurende mannen zal een zeer vervreemdend beeld op roepen. De mannen zitten in hun donker driedeling kostuum zwijgend aan een tafelkleed te borduren waaraan voorgangers al hebben gewerkt. Het streven is om de performance zo vaak mogelijk uit te voeren. Als er geen live bordurende mannen zijn, zal het tafelkleed en een registratie van de vorige performance te zien zijn. Ook zal dan de video ‘Mevrouw Rijpsma’ vertoond worden. Omdat de performance in de maand december plaats vindt, is er een project aan verbonden: zowel het geborduurde tafelkleed als de broddellapjes met de naam van de borduurder erop zullen worden geveild. Het geld zal worden besteed voor de ondersteuning van de aankoop van een autobusje waarmee vrouwen van een bedreigde situatie naar het Women’s Shelter in Karachi in Pakistan te vervoeren. Verder zal de stichting Rawa worden ondersteund voor het bezorgen van mini DV- camera’s aan vrouwen om het geweld en de onderdrukking in Algerije vast te kunnen leggen.
De ontwikkeling van dit project staat nog aan het begin, maar mannen die reeds toegezegd hebben zijn o.a. Chris Dercon, Harry Heyink, Lex ter Braak, Hans du Corbier Jeroen Boomgaard, Merijn Bolink, Roy Villevoye, Geert Dales, Melle Daamen, Jos Houweling, Albert Wulffers, Thomas Bakker, Allan Murray, Heiner Holtappels, Harald Vlugt, Roald de Boer, Ad van Dongen, Henk van Os, Silvester Brobbel, Arne Hendrikx z, Jair Straschnow, Han Louwman, Bart Boumans, Martin Jaakke, Gijs Müller, Thierry Mandon, Nils van Beek, Henk van Os, Jan Dietvorst, JCJ Vanderheyden, Sytze Steenstra, Wouter Otten, Aat Veldhoen, Martin Grootenboer, Willem van Gogh, Jaap Vinken, Mark Kadota, Guido Vlottes, Dirk Vermeulen, Jasper Hulshoff Pol, Albert van de Weide, Rob Smeenk, Kees Hogenbrik, Jan van Muiden, Willem de Ridder, Stan Klamer, Henk van Dijk, Jort Kelder, Ruben Lakeman , Erik van Gruijthuijsen, Bart Blesgraaf, Alexander Strengers, Fons Elders, Max Meijer, Frits Amsing, Ad van Rosmalen, Yosibumi Takahasi, Ad van Rosmalen en Kees de Graaf.
Als voorbereiding voor deze performance krijgen de performers uitleg over de kunst van het borduren in groepjes in het atelier van de kunstenaar. Ze krijgen dan ook hun broddellapje met hun naam in met potlood gezette kruisjes erop, uitleg van de kruissteek, splitzij en naalden. Opdat moment gaan ze oefenen om als ervaren borduurders aan de performance deel te kunnen nemen.