BELEF Belgrado 2007

belef1.jpgDe locatie was een ruimte die nog nooit voor publiek was opengesteld. Het waren vier ruimtes waar de militairen in vroegere dagen (1750 tot 1900) hun voorraad stalde. Ook kwam ik tijdens het schoonmaken nog oorlogstuig tegen zoals grote stenen voor katapulten.
Het uitgangspunt van de installatie was
Het Geheim.

Ik heb 16 dagen fotograferend door
Belgrado gelopen en plekken gefotografeerd die voor mij iets mysterieus hadden. In totaal heb ik 800 foto’s gemaakt. Ik heb een compositie gemaakt van 100 foto’s. Die zijn afgedrukt op doek en daarmee zijn de binnen muren van de nis bekleed.
De bezoekers kreeg een zaklamp en mochten een voor een naar binnen. De ruimte was niet verlicht. Het licht wat er was kwam door een raam dat was afgedekt met witte vitrage. In de ruimte was nog gordijn als de bezoeker echt nieuwsgierig waren en daarachter keken zagen ze zichzelfweerspieigelt in een klein rond spiegeltjes. (het geheim ben jezelf). In het midden van de ruimte zelf hing een hoofdtelefoon met een soundscape gemaakt door Surbatovic Alexander. De mensen vonden het heel spannend en in de avonduren stonden er rijen te wachten intussen op zoek tussen de afbeeldingen naar de Secrets van Belgrade.

Soundscape from Surbatovic Aleksandar go to video below!

The work of Anne Verhoijsen, “Belgrade Secrets”, deals with the research and visual presentation of secrets and secret places of Belgrade, as reported or confessed by Belgraders themselves, selected and artistically processed by the author. Why would someone wish to show a secret place or to confess to a visiting artist? In our confusion regarding issues that refer mainly to ourselves, sometimes our only hope is that there is someone, somewhere, a big boyfriend or girlfriend who is entitled to learn about our pains and to consequently define our place and importance in the world and its immanent system of values. Except for associating in an embarrassing way with collections of mystic ritual items of peoples of colonized countries in the museums of colonizers, this secret collection presents us in positive light, as a society ready for certain introspection, if it is provoked by an external intervention. It remains to us to consider whether these are secrets only for the external world, i.e. intended for the external world or the “goats’ ears” of a damned well known country - secrets disclosed and reported to that country. Let my intention of saying this remain a secret.
Nebosja Milikic
Belgrade
www.belef.org